Foutloos leren lezen en spellen. Wij helpen!
Leden login

Heel simpel: voor iedereen.

Jong of oud, of je nu net begint of al langer leest en schrijft, je kunt bij ons je lees- en schrijfvaardigheid verbeteren. Ook als je dyslectisch bent of als Nederlands niet je moedertaal is, kunnen wij je helpen.

Ik ben:
– startende lezer (tot AVI3)
– gevorderde lezer (vanaf AVI3)
– middelbare scholier
– student
– volwassene Nederlandstalig
– volwassene anderstalig
hoogbegaafd

Startende lezer

Soms blijkt al vroeg in groep 3 dat het lezen niet vlot op gang komt. De leerling is schoolrijp en toch lukt het niet. Sommige kinderen hebben veel moeite om te onthouden welke letters bij welke klanken horen. Anderen blijven lang hangen in het verklankend lezen.

Bij het lezen en/ of het schrijven worden “onverklaarbare” fouten gemaakt:

  • – Letters worden verwisseld (f – v, b – d, ie – ei – ij etc.).
  • – Fouten als sniw (sneeuw), gil (geel), een kind schrijft wat hij hoort.
  • – Het kind haalt geen AVI M3 / E3 aan het eind van groep 3.

Frustratie

Sommige kinderen:

  • – gaan vaak niet meer met plezier naar school, klagen over buikpijn, zijn “schoolziek”;
  • – zijn op school onrustig of trekken zich juist terug;
  • – vertonen tekenen van ADHD of dromerig gedrag;
  • – hebben op school geen opvallend gedrag, maar thuis juist wel. Ze zijn tegendraads, maken veel ruzie, zijn rusteloos of boos.

Wie dit soort gedrag bij zijn kind ziet, is natuurlijk bezorgd en vraagt zich af:” Heeft mijn kind dyslexie? Heeft mijn kind ADHD? Kan mijn kind het wel aan?”. Daar proberen we een antwoord op te geven.

Wij helpen!

Gevorderde lezer (vanaf AVI 3)

Als eenmaal het 3e AVI-niveau gehaald is, gaat het lezen vaak ineens veel vlotter. Maar we blijven veel fouten zien en horen. Veel radende invullingen. Hardop lezen is veel moeilijker dan ‘in jezelf’ lezen.

Het tektstbegrip is vaak (heel) zwak. Het kind heeft geen plezier in lezen en doet het uit zichzelf niet.

De spelling blijft problemen geven. De woorden in de woordpakketten worden langer en de leerling moet lang oefenen om zich die woorden (tijdelijk) eigen te maken. We blijven fouten zien die eigenlijk in het leerjaar van het kind niet meer voor horen te komen.

Wij helpen!

Middelbare scholier

De leerling heeft de basisschool doorlopen zonder ‘uit te vallen’. Dat wil zeggen dat hij/zij niet onder het niveau van de klas gepresteerd heeft. Maar misschien wel onder het eigen niveau. En ten koste van hoeveel inspanning (en frustratie?). Het inprenten van de wekelijkse woordpakketten lukte nog wel. Maar 60 Engelse woordjes, of 45 Franse…. nee, dat is te veel van het goede. De grammatica is vaak onbegrepen en daardoor lukt de werkwoordspelling niet. Ook de naamvallen bij Duits vormen een groot struikelblok, of de passieve vorm bij Engels (want wat is ook alweer een persoonsvorm of een lijdend voorwerp)?

Wij helpen!

Student

De student wordt geconfronteerd met veel grotere hoeveelheden tekst. Hij/zij moet ook uitgebreide verslagen schrijven. Dat kan tot grote problemen leiden: de leessnelheid is (te) laag en het tekstbegrip is onvoldoende. Het lukt niet om teksten goed op papier te krijgen. Vanwege gebrek aan grammaticaal inzicht zijn de zinnen taalkundig onjuist en klopt de werkwoordspelling niet. Ook op andere fronten blijkt er veel onzekerheid te zijn over de spelling. Steeds meer opleidingen laten hun studenten een spellingstoets maken. Met name voor mbo-instromers blijkt dit een onoverkomelijke drempel te vormen. Maar als we de alarmerende berichten in de pers volgen, komen de problemen ook voor bij havisten en vwo’ers.

Wij helpen!

Volwassene Nederlandstalig

Niet iedereen heeft in zijn jeugd de kans gehad om vlot te leren lezen en schrijven. Sommige mensen willen een tweede kans, want zij ervaren problemen op het werk of bij het vinden ervan. Of zij lopen bij het volgen van een opleiding tegen moeilijkheden aan. Soms wil iemand gewoon leren lezen.

Wij helpen!

‘Ik ben mijn bril vergeten’; ‘Ik vul het thuis wel in’.

Niet iedereen hanteert de pen met evenveel gemak en niet iedereen wil daar voor uitkomen. Nu is de kans om er wat aan te doen. Met financiële steun van de werkgever of instellingen zoals het CWI is het mogelijk alsnog te leren lezen en schrijven of om het niveau te verbeteren.

Wij helpen!

Volwassene anderstalig

Ook na het traject van inburgering is voor veel allochtonen het niveau van lezen en schrijven nog zo laag dat zij zich niet/nauwelijks kunnen handhaven in de Nederlandse samenleving. Bij werk, opleiding of bijscholing lopen zij steeds tegen hun beperkingen aan. Het gevolg is dat zij te lang werkeloos blijven of een baan moeten aanvaarden die niet aansluit bij hun capaciteiten of hun oorspronkelijke opleidingsniveau. Dit is zeer frustrerend.

Wij helpen!

Hoogbegaafdheid

Normaal gesproken zijn kinderen tussen het 6e en 7e jaar schoolrijp. Ze krijgen op die leeftijd belangstelling voor letters en ze willen dan gaan lezen en schrijven

Soms zijn hoogbegaafde kinderen op jongere leeftijd schoolrijp. We zien dan dat ze eerder belangstelling krijgen voor letters en woorden. Het kan ook zijn dat uw hoogbegaafde kind geen belangstelling heeft of had voor letters, maar bijvoorbeeld veel meer voor cijfers en rekenen.

Hoogbegaafde kinderen leren over het algemeen makkelijk. Ouders verwachten dus ook dat hun hoogbegaafde kind geen problemen zal hebben bij het leren lezen en schrijven. Als er toch problemen optreden, leidt dit tot verbazing en onbegrip.

Kinderen die hoogbegaafd zijn en niet volgens verwachting snel leren lezen en schrijven hebben eigenlijk een dubbel probleem!

  • – Ze kunnen niet presteren op het niveau waarop ze thuishoren (zij krijgen bijvoorbeeld een te laag schooladvies of zij worden uitgesloten van de extra programma’s die veel scholen hoogbegaafde kinderen aanbieden.)
  • – Ze voldoen niet aan de hoge verwachtingen die hun omgeving heeft en die zij zelf ook hebben.

Ouders en leerlingen maken zich dan ook terecht veel zorgen. Ons uitgangspunt is: iedereen kan leren lezen en schrijven op het niveau van zijn mondeling taalgebruik.

Wij leggen u graag uit hoe het komt dat hoogbegaafden vaak zulke problemen met taal hebben en hoe ze met een ANDERE taaldidactiek geholpen kunnen worden.

Wij helpen!

Dyslexie en hoogbegaafdheid

Veel ouders maar ook de leerlingen zelf vragen zich vaak af hoe het komt dat dyslexie en hoogbegaafdheid zo vaak samen gaan.

Vanuit onze definitie van dyslexie (zie <wat is dyslexie> link) is dat echter heel goed te begrijpen. Dyslexie is alles wat we zien gebeuren als een leerling veel nadenkt bij het lezen en schrijven. We zien dan aarzelingen, onverwachte fouten, vergeten letters, herstarten, vasthouden aan ‘schrijven op het gehoor’.

En juist hoogbegaafde leerlingen denken veel na. Zij raken in verwarring door alles wat zij niet met hun scherpe verstand en vanuit hun gevoel voor logica kunnen verklaren.

Wat is er mis met nadenken over wat je leert?

Helemaal niets, als het nadenken leidt tot inzicht.

Onze hersenen werken zo, dat wat we begrijpen in ons langetermijngeheugen opgeslagen wordt. Daar ligt de kennis voor het grijpen en deze kennis kan ‘op de automatische piloot’ toegepast worden.

Maar als de feiten die een kind krijgt aangedragen voor hem niet in een logisch geheel te vatten zijn, als die feiten voor onzekerheid en verwarring zorgen, dan kunnen ze niet in het langetermijngeheugen worden opgeslagen. Iedere keer dat een leerling met de betreffende feiten aan de slag moet, gaat hij er opnieuw over nadenken.

We zien dan dat de uitvoering van de betreffende taak niet automatisch verloopt. Het proces ontspoort en de leerling maakt veel fouten, inconsequente fouten, onverwachte fouten. Wat de ene dag goed lijkt te gaan, gaat de volgende dag weer fout. De leerling voelt zich heel onzeker, hij gaat de betreffende taken vermijden of hij krijgt er in ieder geval een hekel aan.

De grootste verwarring voor de leerling ontstaat als het onderscheid tussen letters en klanken niet duidelijk is. We kunnen dit voorkomen door met de leerling het woord te spellen in losse letters in plaats van het woord te verklanken. lees meer

 

*Analytisch: Wij leren bijvoorbeeld niet de ene week woorden met ng en de volgend week woorden met nk aan, maar wij zetten deze woorden juist tegenover elkaar: bang-bank, eng-enkel, zodat het kind zich het verschil bewust wordt. Leerlingen worden zich het verschil tussen borden en boorden of tussen gil en geel pas bewust als we die woorden tegelijkertijd aanbieden.